De Sambar (ook wel paardhert genoemd)
is het grootste en wijdst verspreide hert in Zuid-Azië (16 ondersoorten
van India en Sri Lanka tot in China en Taiwan en zuidoost-waarts tot
Sumatra, Borneo en de Filippijnen). Het dier is donkerbruin van kleur
en heeft stug haar, dat op de nek manen vormt. Het grote gewei omvat
slechts 6
enden en wordt rond November-December afgeworpen.
Afmetingen en kleur variëren nogal over het grote verspreidingsgebied.
De Sambar leeft weinig sociaal in kleine kudden in dichte vegetatie
en is m.n. een nachtdier. Een aantal ondersoorten, vnl. die van kleine
eilanden, wordt met uitroeiing bedreigd, andere vormen zijn nog algemeen.
Het Javaanse of Timorese hert, Timorhert of rusa (C. timorensis) is
kleiner (schouder-hoogte 85-110 cm) en bewoont met zes ondersoorten
Java, Borneo, Sulawesi,
Maluku en de Nusa Tenggara tot en met Timor. Als geliefd jachtwild is
dit dier op veel plaatsen ingevoerd (inclusief Nieuw-Guinea, Australië
en Nieuw-Zeeland), zodat het
oorspronkelijk verspreidingsgebied moeilijk te reconstru eren is. Sambar
en Javaans hert vormen samen het onder geslacht Rusa van het hertengeslacht
Cervus.
De tijger is de belangrijkste natuurlijke vijand. Een volwassen tijger
kan zich 4 dagen voeden met 1 hert. Anders dan andere herten, kijkt
de Sambar bij gevaar eerst de kat uit de boom terwijl hij alarmgeluiden
uitstoot tot het gevaar geweken is. Ondanks het feit dat hij zeer scherpe
zintuigen heeft, loopt dit vaak slecht af.