| REE (Europees) | 1.
Het ree
1. Het ree |
![]() |
|||||||||||
| Capreolus capreolus | |||||||||||||
|
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
Om
haar pasgeboren 1 à 3 kalfjes te zogen, gaat de reegeit soms liggen.
De 1e dagen verstoppen de jongen zich tussen de begroeiing, waar ze af
en toe door hun moeder worden bezocht. De kalfjes zijn wit gevlekt. Na
2 maanden zijn de vlekken echter verdwenen. Reeën zijn vooral in de schemering en 's nachts actief. Overdag houden ze zich schuil in de ondergroei. Men ziet ze gewoonlijk alleen of in klein familie-verband. 's Winters, wanneer het voedsel schaars is, sluiten ze zich tot grotere groepen of 'sprongen' aaneen. Bij verstoring gaat een ree er met sierlijke sprongen vandoor. Reeën zijn gewoontedieren: ze gebruiken steeds dezelfde routes door het bos, de zogenaamde 'wissels'. up |
![]() |
up |
3. De ontwikkeling van het reegewei Reebokken dragen vergeleken met andere hertensoorten geweien die eenvoudig zijn van bouw en gering van omvang. Wellicht de bij het ree de geweiontwikkeling voor de soortgenoten wel van een ondergeschikt belang omdat er onder de bokken toch al een uitgesproken ouderdomsrangorde heerst. Zo zijn er oude reebokken die, ondanks dat ze een slecht ontwikkeld gewei dragen, toch de beste plekken in het terrein hebben veroverd. De oudere bokken zijn het eerst om in het voorjaar een territorium in te nemen. |
![]() |
Gedurende de wintermaanden wordt het
gewei van een reebok opgebouwd en er liggen ongeveer 5 maanden tussen
het afwerpen van het oude gewei en het vegen van het nieuwe. Direct nadat
het gewei is afgeworpen wordt er begonnen met de opbouw van het nieuwe.
Het pasgeveegde gewei is wit van kleur en krijgt pas later een donkere
tint. |