| |
MUNTJAC |
|
De
muntjaks, vanwege hun geluid ook blafherten genoemd, leven in Zuid-Azië.
Het zijn sluipherten en behoren tot de
schijnherten. Ze leven in bosrijke omgeving tot 3.000 meter, het zijn
nachtdieren. Ze hebben een groot aanpassings vermogen en zijn redelijk
schuw. Tot het paringsseizoen leven ze solitair om vervolgens kleine groepen
van zo’n 2-3 dieren te vormen. De naam “reevesi” ontleent
de soort aan John Reeves, de assistent inspecteur voor thee in 1812 voor
de Engelse East India Cie.
Het kleine, onvertakte of eenmalig vertakte gewei staat op zeer lange
rozenstokken, die op het gezicht in aanzet als verhoogde richels zichtbaar
zijn. Daarnaast hebben de mannetjes verlengde hoektanden in de bovenkaak
(tot zo’n 2,5 cm) die ook bij gesloten bek naar buiten steken. Bij
onderlinge gevechten worden ze gebruikt.
In China is de Muntjak inmiddels beschermd.
|
|
 |