De Mongoolse Gazelle komt voor in de
noordelijke Xinziang en de westelijke Nei Monggol provincie in China,
in Dsungarei
en Gansu, zuid Mongolië en Rusland.
De geschatte populatie bedraagt in Mongolië 700.000 en in China
zo’n 1.500.000.
In de zomer is de vacht lichtbruin met een roze gloed. Naar de winter
toe wordt de vacht bleker en de haren langer (tot
5 cm). De bovenkant en de buitenkant van de poten zij don kerder; de
onder-kant en de binnenkant van de poten wit.
Verder heeft de gazelle een witte tekening bij de ogen, kin, keel en
achterkant. Tijdens het paarseizoen ontwikkelen de mannetjes een gezwollen
keel. De ogen zijn relatief klein.
Alleen de mannetjes zijn hoorndragend. De geringde hoorns zijn donkergrijs,
liervormig, buigen vanaf het voorhoofd naar achter en weer terug omhoog.
Ze worden 25 tot 40 cm lang.
In herfst en winter zijn de gazellen over-dag actief en grazen gedurende
de morgen en late namiddag. Ze graven hun bed in de luwte van de struiken
waar ze tegen de wind beschut zijn. De snelle Mongoolse Gazelle haalt
een snelheid tot wel 65 km per uur en houdt dit 15 km vol. Met regelmatige
inter vallen worden daarbij sprongen van 2 meter gemaakt. Het zijn goede
zwemmers die ook grotere rivieren over kunnen steken.