Het meest in het oog vallend zijn de zware, geribbelde horens van de rammen.
Ze ontspringen op de kop vóór de oren, gaan naar achteren
en komen met een fraaie bocht weer langs de wangen naar voren terug. Met
de kromming mee bereiken deze horens, ook wel "slakken" of "krukken"
genoemd, bij een oude ram uiteindelijk een lengte van ruim 80 centimeter.
De schapen schatten hun plaats in het roedel in naar de grootte van de
hoorns, vaak zonder dat het tot een treffen is gekomen.
De hoorns worden niet afgeworpen, maar groeien het hele leven door. Tijdens
de jaarlijkse rui treedt er telkens een korte pauze op. Deze onder-brekingen
veroorzaken plaatsen op de hoorns waar de ribbels iets dichter tegen elkaar
staan, zodat zij, net als bij de gems en de steenbok, als jaarringen kunnen
worden geteld om de leeftijd van de ram te bepalen. De ooien krijgen op
latere leeftijd eveneens licht gebogen horentjes, maar veel kleiner en
minder regelmatig van vorm dan die van de ram.
|
|