Het Key Hert is het kleinste hert van
Noord Amerika. Het is verwant aan het witstaart hert, echter iets dunner,
met kortere poten en bredere schedel. De kleur van de vacht varieert
van roodbruin tot grijs.
Zijn leefgebied vindt het hert op de kleine eilandjes in Florida (“Keys”),
met de grootste populatie (zo’n 800 dieren) op Big Pine Key. Hier
dankt het ook zijn naam aan. Het Key Hert is waarschijnlijk duizenden
jaren geleden via een smalle landbrug op de eilanden beland. Toen het
zeeniveau begon te stijgen (mede door het smelten van de Winsconsin
gletsjer) werd de weg terug afgesneden.
Hij voedt zich met name met de rode, zwarte en witte mangrove en wat
andere planten en bessen.
Alleen het mannetje draagt hoorns. Deze worden afgeworpen in februari/maart
om vervolgens weer bijna direct te gaan groeien. In juni is de lengte
al zo’n 7 cm. Het gewei is volgroeid in augustus en wordt aansluitend
geveegd.
Het Key Hert plant zich langzaam voort. Dit, samen met overbejaging,
wilde honden en de aanleg van snelwegen (m.n. de US 1) heeft ertoe geleid
dat er nu een strikt beschermingsprogramma in het leven is geroepen.