| GEMS | De gems heeft enigszins het uiterlijk van een geit, is wat groter dan het ree, heeft een lange hals en een dichte beharing. Deze is langs de hals en over de rug wat langer (“gemsbaard”). In de zomer is de vacht roodbruin, in de winter zwartbruin met een con trasterende gezichtstekening. Het is een bergbewoner die in de zomer net boven de boomgrens leeft, in de winter dieper het bos in. Komt met name voor in Midden- en Zuid-Europa : Alpen, Pyreneeën, Abruzzen, Karpaten en de Balkan. Verder is hij succesvol uitgezet in o.a. de Vogezen en de Jura, Schwarzwald en Nieuw Zeeland. De gems is overdag actief. Het roedel bestaat uit geiten, kalveren en jaarlingen. Ze voeden zich met gras, kruiden, bladeren, bessen. |
![]() |
|||||||||||
| Rupicapra rupicapra | |||||||||||||
|
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
Zowel het mannetje als het vrouwtje zijn hoorndragend. Bij het vrouwtje zijn ze minder gekromd. Zoals bij o.a. de steenbok vormen zich aan de hoorns een soort van jaarringen waaraan de leeftijd van het dier is af te leiden. In de winter staat de hoorngroei stil. De signaalwerking van de hoorns is gering. Wel worden ze effectief ingezet in de strijd tegen andere bokken en vijanden als de jachthond (die dit niet altijd overleeft). |
![]() |