| EDELHERT | 1.
Het Edelhert
|
![]() |
|||||||||||
| Cervus elaphus elaphus | |||||||||||||
|
|||||||||||||
![]() |
|||||||||||||
Ze
raken in steeds serieuzere gevechten verzeild (klik
hier voor een video- opname) en rennen soms als dolle-mannen vol vuur
achter de vrouwen aan. Na bevruchting van het uitverkoren vrouwtje duurt
het ongeveer 8,5 maand tot er een kalf geboren wordt, meestal rond mei-juni. Het gewei van een edelhert kan wel 15 kilo wegen en is daarmee een symbool van macht en kracht. Als het gewei in juli volgroeid is begint het af te sterven. Het fluweel-achtige vel eromheen (de “bast”) gaat dood en laat los en de franjes beginnen te jeuken. In het bos kun je ‘veegplaatsen’ zien waar de herten hun gewei langs bomen hebben geschuurd om de vellen kwijt te raken. Met het schone, keiharde gewei zijn ze klaar voor de jaarlijkse bronsttijd en als die in februari achter de rug is valt het hele gewei eraf. Het nieuwe gewei begint direct weer te groeien. Klik hier voor een video-opname waarin 2 herten met een afwerp-stang spelen. |
![]() |
![]() |
1 = breedte |
| 2 = kroon | |
| 3 = linkerstang | |
| 4 = midden end | |
| 5 = ijs end | |
| 6 = oog end | |
| 7 = roos | |
| 8 = rozenstok | |
| 9 = rechterstang up |
3e fase : ZES-ENDER |
4e fase : ACHT-ENDER |
||
![]() |
Bij de zes-ender
komt er na het oog-end nu het midden- end bij. Nomalerwijze ontstaat deze halverwege de stangen en wijst schuin naar boven. In goed ontwikkelde roodwild populaties wordt ook deze fase vaak overgeslagen en is typisch voor onderontwikkelde herten met de 2e kop. |
![]() |
De acht-ender onstaat
uit de zes-ender fase door ver-takking van de stangeinden. Aan elke stang
zijn dan 4 einden aanwezig. Het acht- ender gewei is normaal en typisch
voor goed ontwikkelde dieren van de 2e kop en in mindere mate voor dieren
van de 3e en 4e kop. Met het stijgen van de leeftijd wordt het gewei sterker en de enden langer. |
5e fase : TIEN-ENDER |
6e fase : TWAALF-ENDER |
||
![]() |
De tien-ender
kan op 2 verschillende manieren ontstaan uit de acht-ender:
de eindstang splitst zich op- nieuw zodat er een kroon ge-vormd wordt
met 3 einden (zie bovenste afbeel- ding). Dit gewei wordt ook wel de “kroon
tien-ender” genoemd. |
![]() |
De twaalf-ender
kan als uitzondering worden gevormd door verdere splitsing van de kroon, zoals te zien in de bovenste afbeelding. Het ijs-end ontbreekt hier dus. De kroon bestaat dan uit 4 enden. Typischer voor een twaalf-ender is de driedelige kroon en de aanwezigheid van zowel oog-, midden- en ijsend (zie onderste afbeelding). |
![]() |
|
![]() |
Het is aansluitend uiteraard zeer wel mogelijk dat het hert zijn gewei verder ontwikkelt tot bijvoorbeeld een 14- of 20-ender. Hierbij speelt de genetische aanleg een rol, maar vooral ook de omstandigheden in de biotoop. Het gewei bouwt zich op volgens dit “bouwplan” tot grofweg het 15e jaar. Vanaf dat moment komen de 1e verouderingsverschijnselen. up |
4. Bepaling leeftijd d.m.v. het gebit |
|
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
De leeftijd van het edelhert kan aan de hand van een aantal kenmerkende ontwikkelingen van het gebit worden bepaald. Het gaat hier in eerste instantie om de aanwezigheid van snijtanden, hoektanden, kiezen. Als melkgebit of gewisseld. Daarnaast gaat het om slijtage aan tanden, kiezen en glazuur. Bovenstaande 4 figuren geven een indicatief beeld van de ontwikkelingen over een periode van zo’n 14 jaar. In een aantal gevallen worden kaakdelen aan de achterkant van het geweischild ingesloten. up |
|