De Duiker behoort tot de Cephalophinae,
een sub-familie van de Tragelaphini, waartoe o.a. de Kudu en de Bushbuck
behoren. Het zijn dwerg- antilopes die in grootte varieren van 32 tot
84 cm. De lichtste (de blauwe duiker) weegt slechts
9 kg, de zwaarste (Jentink’s
duiker) 64 kg. Het is een typische bosbewoner, schichtig en met wigvormige
romp zodat hij gemakkelijk door dichte bebossing kan vluchten. Het vrouwtje
is groter dan
het mannetje en heeft 2 rijen spenen.
De hoorns van de duiker zijn klein en lopen uiteen van 6 tot 17 cm.
Bij het vrouwtje zijn ze nog kleiner of helemaal afwezig.
Opvallend is dat bij sommige soorten de nekharen naar voren gericht
zijn, bij andere soorten juist weer naar achteren. De duiker leeft solitair
of in paren.