De Dibatag (ook wel Clarke’s Gazelle
genoemd) is een middelgrote antilope met de typische gazelle kopmarkering.
De hoorns zijn relatief kort, naar achteren gebogen en weer naar voren,
als bij de Reedbuck. Het vrouwtje is hoornloos.
Hoewel niet zo lang als bij de Gerenuk, is ook bij de Dibatag zijn nek
kenmerkend. Verder vallen zijn lange poten op.
Als hij rent gooit hij kop en nek naar achteren en tilt hij zijn staart
op tot bijna op zijn rug. Hier komt ook zijn naam vandaan : in het Somalisch
betekent
“dabutag” ook wel recht opstaande staart.
Het is een grazer die zich thuisvoelt
op redelijk open terrein met struikgewas. Hij voedt zich o.a. door zich
op zijn achter- poten te verheffen. Leefgebied is Somalië waar
hij intussen zeldzaam is geworden.