De Bongo is de reus onder de bos-antilopen.
Zijn kleur is kastanje rood met opvallende, witte strepen. Hij leeft
in dicht bos en komt normaal alleen op open plekken om te drinken of
zout te
likken. Dit bij voorkeur ‘s ochtends vroeg of laat in de middag;
hij leeft verder ’s nachts. Hij komt met name voor in Centraal
Afrika.
Het mannetje heeft massieve, gedraaide hoorns met een pigmentloze top
waardoor deze bijna van ivoor lijkt. De hoorns van het vrouwtje zijn
kleiner
en onregelmatig van vorm.
Hij leeft alleen of in kleine groepen. Vanwege zijn schichtige aard
is er weinig bekend van zijn sociale gedrag
in de vrije natuur. Met de huid van de Bongo werden vroeger de befaamde
Bongo-trommels uit West-Afrika bespannen. De Bongo behoort tegen-woordig
tot de bedreigde diersoorten.